Interieur en mode: hoe trends met elkaar verweven raken

Mode en interieur spreken dezelfde taal…?

Net als in de mode staat ook in het interieur de zoektocht naar nieuwe vormen, stoffen, kleuren en technologieën nooit stil.

De designindustrie en fabrikanten introduceren voortdurend nieuwe producten, materialen en oplossingen die ons inspireren om ruimtes anders te interpreteren en te gebruiken. Tactiliteid, kleur en comfort staan opnieuw centraal in het ontwerp, maar met een nieuwe, vrijere en soms zelfs rebelse benadering.

Interieurs lijken, net als mode, minder streng en minder formeel te worden. Zowel in onze kleding als in de manier waarop we wonen, ontstaat meer vrijheid. Er is ruimte voor imperfectie en voor speelsheid als uitdrukking van onze persoonlijkheid en van wat we van onszelf willen laten zien.

Rechts: Pebble Rubble  fauteuils van Moroso, uit het winnende tenderontwerp voor de Italiaanse Ambassade in Den Haag.

Minder stereotypen dus…

… zowel in onze interieurs als in de manier waarop we ons kleden. In plaats daarvan ontstaat de behoefte om stijlen, vormen, kleuren en stoffen die ogenschijnlijk met elkaar contrasteren te verweven tot een harmonie die eigenzinniger en speelser is.

Ook duurzaamheid speelt onvermijdelijk een rol in deze ontwikkeling. Wat we al bezitten, in onze garderobe én in huis, hoeft niet noodzakelijk te worden vervangen. Het kan opnieuw worden geïnterpreteerd door nieuwe lagen, combinaties en verrassende contrasten.

Eigenlijk doen we dat al wanneer we ons kleden. Een getailleerd jasje kan worden gecombineerd met een barrel jeans, een vintage kledingstuk met sneakers, een kostbare stof met een grover materiaal. Niet alles hoeft uit dezelfde collectie, dezelfde periode of dezelfde stijl te komen.

Waarom zou dat in onze huizen anders moeten zijn?

Laten we eens kijken hoe.

Heb je een terracottavloer of een vloer met een dambordpatroon?

Of misschien een vloer van marmergranulaat?

Een ruimte met zulke bestaande elementen kan juist heel interessant zijn om te transformeren. Het geheim is niet om ze te verbergen, maar om ze op te nemen in de nieuwe vormentaal van het interieur, totdat het lijkt alsof die bestaande vloer speciaal voor het nieuwe ontwerp is gekozen.

Bij zo’n karakteristieke vloer zou ik de ruimte niet per se proberen te neutraliseren. Integendeel. Ik zou juist de vloer als uitgangspunt nemen en met contrasterende tinten een nieuw interieur opbouwen rond een wat gedurfder kleurenpalet.

Blauw en terracotta kunnen bijvoorbeeld worden gecombineerd met kleine accenten in matchagroen. Olijfgroen kan samengaan met beige en zacht poederblauw, terwijl burgundy eigentijds blijft in combinatie met poederroze, mosterdgeel en grijs.

Bij deze kleuren zou ik kiezen voor op maat ontworpen boekenkasten, meubels in warme houtsoorten en details in leer of messing. Het fluweel van een bank kan prima samengaan met kussens van grovere, tactiele en bijna driedimensionale stoffen en met vloerkleden met een uitgesproken structuur, bijvoorbeeld van natuurlijke vezels.

Juist het contrast maakt het geheel interessant.

Heb je een vintage bank waarvan je geen afscheid wilt nemen?

Dat betekent niet dat hij vervangen moet worden. Een oude bank kan alleen al door een nieuwe stof een volledig ander karakter krijgen.

Een ruitpatroon kan bijvoorbeeld worden gecombineerd met kussens waarin hetzelfde motief terugkomt, maar dan in een andere schaal, kleur of textuur, afgewisseld met effen kussens of andere materialen.

Net als in de mode hoeft een patroon niet op zichzelf te staan. Verschillende patronen kunnen over elkaar heen worden gelegd, zolang er maar een rode draad is die de compositie bij elkaar houdt.

Een van de kleuren uit de stof van de bank kan bijvoorbeeld terugkomen in de glanzende afwerking van een keramische salontafel met licht imperfecte vormen.

Ik zou daar lampen met een vintage uitstraling en enkele kleurrijke objecten met speelse, bijna opgeblazen vormen aan toevoegen. Niet alles in een interieur hoeft zichzelf tenslotte even serieus te nemen.

En als de ruimte en de hoogte het toelaten, kan zelfs het plafond deelnemen aan het geometrische spel. Een houten cassetteplafond voegt diepte en ritme toe en laat de geometrie uit de texturen of de vloer boven in de ruimte terugkomen, zoals we die kennen uit barokke palazzi.

Het ruitpatroon kan ook terugkomen in tegels. Verschillende formaten kunnen samen een patroon vormen dat bijna doet denken aan het weefsel van een stof.

De wanden kunnen ton sur ton worden uitgevoerd, waarbij de meubels voor het contrast zorgen. Maar kleur kan ook rechtstreeks in het tegelpatroon worden gebracht door een van de tinten of formaten te veranderen.

En naast al die kleur zou ik donker hout zeker niet uitsluiten. Zelfs wengé, dat weer vaker in hedendaagse interieurs verschijnt, kan interessant zijn. De diepe kleur vormt een elegant tegenwicht voor een speelser kleurenpalet.

Wat als je na het veranderen van de indeling verschillende vloeren in één ruimte aantreft?

Dit is een situatie die bij renovaties regelmatig voorkomt.

Wanneer een scheidingswand wordt verwijderd, kunnen verschillende vloeren tevoorschijn komen of blijven de sporen van de oude wanden zichtbaar. De eerste neiging is vaak om alles te vervangen om één volledig uniform oppervlak te creëren.

Maar dat is niet altijd nodig.

Als de bestaande vloeren passen binnen het nieuwe interieurontwerp, kan juist de verbinding ertussen onderdeel worden van het ontwerp.

De stroken die na het verwijderen van oude wanden achterblijven, kunnen bijvoorbeeld worden ingevuld met hout, parket of keramiek. Zo ontstaat bewust een nieuw ritme in de vloer. De verbinding hoeft niet noodzakelijk te worden verborgen. Ze kan juist een belangrijk onderdeel van het ontwerp worden.

In andere gevallen zou ik bewust voor een contrasterende overgang kiezen. De overgang tussen twee vloermaterialen kan zo verschillende functies binnen dezelfde leefruimte markeren.

Hout, toegepast in verschillende houtsoorten, formaten en legrichtingen, blijft een van de interessantste materialen om te combineren met bestaand keramiek, natuursteen of marmer.

Wat aanvankelijk een probleem leek, kan zo juist het element worden dat de ruimte karakter geeft.

En er is nog een ander aspect. Behouden wat nog waarde heeft, betekent onnodige sloop vermijden en het gebruik van nieuwe materialen beperken. Duurzaamheid is in die zin niet alleen een technologische kwestie. Het kan ook betekenen dat we anders leren kijken naar wat er al is en het opnieuw onderdeel maken van een eigentijds interieur.

De ruimte aankleden: texturen en laag over laag

Net als bij een outfit ontstaat ook in een interieur vaak diepte door verschillende lagen over elkaar heen te brengen.

Bouclé, grovere stoffen of stoffen met reliëf, fluweel, leer, hout met een uitgesproken nerf, onregelmatig keramiek of glas en driedimensionale oppervlakken reageren allemaal anders op het licht en maken een ruimte tactieler.

Ik zou niet noodzakelijk zoeken naar materialen die op elkaar lijken. Veel interessanter vind ik de dialoog tussen tegenstellingen: ruw en glad, zacht en hard, mat en glanzend, natuurlijk en verfijnd.

Juist in de spanning tussen verschillende materialen krijgt een interieur diepte.

Zoals een heel eenvoudige outfit kan veranderen door een jasje met een uitgesproken textuur, een tas met franjes of een opvallend sieraad, zo kan ook een ruimte een totaal ander karakter krijgen door slechts enkele zorgvuldig gekozen elementen.

Want een interieurtrend volgen betekent niet noodzakelijk dat alles moet veranderen.

Soms is alleen de moed nodig om opnieuw te kijken naar wat we al hebben en waar we van houden.

Coverfoto: Kartell chaise longue, gefotografeerd tijdens Salone del Mobile 2026 in Milaan.

Advies nodig?

Dit contactformulier is gedeactiveerd omdat u weigerde de Google reCAPTCHA-service te accepteren die nodig is om alle berichten die door het formulier worden verzonden, te valideren.